Paul Pleijsier - Gitarist  
     

Een korte biografie


Hands onAls klassiek gitarist studeerde Paul Pleijsier bij Jan Goudswaard aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij het einddiploma "met onderscheiding" behaalde. Masterclasses volgde hij onder andere bij Manuel Barrueco en David Starobin.


Tijdens zijn studie trad hij op in het AVRO-televisieprogramma 'Jonge mensen op het concertpodium' en won hij samen met conferencier Marcel Verreck het Leids Cabaretfestival. Dit was het begin van zes theaterseizoenen Verreck & Pleijsier, waarin het duo op frisse wijze de draak stak met de serieuze kantjes van de klassieke muziek. Radio- en televisieoptredens, een CD en twee nominaties voor de Annie M.G. Schmidt-prijs waren het gevolg.

Paul Pleijsier en profil

Er volgden twee jaren waarin Pleijsier zich als solist manifesteerde met het programma De nationaal gitarist, waarin hij naast klassieke stukken ook zijn eigen muziek speelde op diverse gitaren, waaronder de futuristische Zwitserse Paradis. Pleijsier: “Ik sta met mijn ene been in de klassieke muziek en met mijn andere in de niet-klassieke. Beide stromingen leren iets van elkaar”.

Hij schreef titelmuziek voor televisie, werd finalist in de Ultimate Guitar Competition van het Amerikaanse tijdschrift Guitar Player en speelde bij het Koninklijk Concertgebouworkest gitaar, onder meer in de opera's Moses und Aron en Otello (beide opgevoerd in het Muziektheater te Amsterdam). Naast ‘minister Remkes’ mocht hij meedoen in het veelbekeken TV-programma Kopspijkers.

Eén van Pleijsiers passies is de vroeg-romantische gitaarmuziek. Aan de basis hiervan stond zijn kennismaking in 1986 met een onbekend werk van de Nederlandse componist Karel Arnoldus Craeijvanger (1817-1868), en het werk van de componist-gitarist Fernando Sor (1778-1839), voor Pleijsier de meest inspirerende gitaar-componist van zijn tijd.

Romantic Couple

Op zoek naar de 'authentieke' klank verrichtte hij een studie naar alle aspecten van het vroeg-19de eeuwse gitaarspel. Dit leidde onder meer tot het aanleren van het tegenwoordig niet meer gebruikelijke spel zónder vingernagels. Hierbij was de Méthode pour la guitare (1830) van Sor zijn leidraad. Over de 19e-eeuwse gitaar publiceerde hij artikelen in de tijdschriften Music Maker (NL), Gitarre & Laute (D) en Soundboard (USA).

Momenteel bespeelt hij gitaren uit 1823 en 1841, besnaard met de oorspronkelijk gebruikte materialen: darm in het hoog, zijde in het laag. Daarmee, meent Paul Pleijsier, wordt de 19de eeuwse klankwereld het dichtst benaderd, maar bereikt hij ook de voor zichzelf meest bevredigende klank: helderheid, mét warmte.

wat de pers schrijft >>