Paul Pleijsier - Gitarist

DE HANIKA IS TERUG!

De immer actieve mieren van de samenleving hebben hun werk gedaan. Mijn gitaar doorliep een schimmig circuit en borrelde op een dag op in het rioolputje van gestolen waar: Marktplaats.nl

Het begon met een TE vage advertentie. Aangeboden: Hanika BasisCut. Geen prijs, geen foto, geen inleefbare omschrijving, geen e-mailadres, alleen een paar regels die rechtstreeks van de website van de fabrikant waren gekopieerd. De verkoper was “Chuck”, en hij had een 06-nummer. De lokatie van de aanbieder kon – via Marktplaats – wel worden bepaald: op een steenworp afstand van station Den Haag HS. Nee maar, dat was waar ik de gitaar op 14 april door m’n eigen stommiteit op een bankje had achtergelaten, waarna ‘ie 25 minuten later spoorloos was!

Ik was vrijwel zeker dat het om mijn gitaar ging. Ik was geshockeerd, opgewonden, en tegelijk op mijn hoede: ik zag een grote vis vlak onder het wateroppervlak. Bij één verkeerde beweging kon ‘ie voorgoed weg zijn. Ik maakte een screenshot van de advertentie, want wie wist hoe lang of kort die er nog zou staan.

Ik wist niet hoe geraffineerd de aanbieder was. Hij had blijkbaar al gegoogle’d op de gitaar. Dan had hij als tweede of derde ‘hit’ zeker mijn website gekregen, met de mededeling: “GESTOLEN: Hanika BasisCut”, compleet met foto’s van mij en van een paar speciale kenmerken. Was de aanbieder slim dan verwijderde hij die kenmerken, waardoor identificatie moeilijker zou worden. Niet voor mij, want ik wist nog wel meer speciale details, maar bijvoorbeeld door de politie. Ik haalde de kenmerken van de site.

Ik wilde mezelf er even buiten houden, en vroeg een vriend om “Chuck” te bellen. Chuck nam niet op, dus sprak de vriend wat in, zogenaamd als geïnteresseerde. Gedurende een vrij lange periode werd er niet gereageerd. Al die tijd was ik was een sitting duck.

Tot mijn verrassing kreeg ik twee tips van bekenden. “Wie heet er nou ‘Chuck’ in Den Haag?”, zei DvO. Volgens hem was dat “Chuck D.”, een semi-bekende straatmuzikant/junk, oorspronkelijk uit Seattle (USA), door de andere tipgever CE beschreven als “Chet Baker in zijn laatste dagen”, met de toevoeging “die moet je kunnen hebben”. Volgens C. zat Chuck altijd voor de HEMA, en was ‘ie ook op vaste dagen te vinden op de antiekmarkt. Chuck was een hardwerkend man, zo te horen. Chuck bleek zelfs een website te hebben, verkocht eigen CD’s, en had ook met het Residentie Orkest gespeeld, welke gig ongetwijfeld voortkwam uit marketingoverwegingen van het orkest.

Ondertussen zat er geen schot in het bel-gebeuren. Uit vrees dat de zaak ongrijpbaar werd, belde ik nu zelf, ’s avonds laat met m’n 06, valse naam bij de hand. Ik hoorde een meldtekst, uitgesproken met een Amerikaans accent, een ‘witte’ stem, en een vaag pianomuziekje op de achtergrond.

Goed dat ik gebeld had, want luttele tijd later bleek het 06-nummer opgeheven. Toch een foutje gemaakt: ik had verzuimd de meldtekst op te nemen, daarmee potentieel bewijsmateriaal verspillend.

De kenmerken van de meldtekst leken overeen te komen met het weinige dat ik over Chuck D. wist. ‘Chuck’ zou best eens de aanbieder kunnen zijn. Hij hoefde de gitaar niet zelf gepikt te hebben, misschien had ‘ie ‘m toegeschoven gekregen in het junkenmilieu, om door te verkopen.

Het enige wat ik kon doen was in levenden lijve op Chuck afstappen in Den Haag. Maar net toen het ijzer heet was, lag ik geveld te bed met Mexicaanse griep. Ik werd maar niet beter, en elke poging om uit bed te klimmen werd direct bestraft met acute aanvallen van zwakte en erger. Ik moest echt even uitzieken.

Vandaag, dinsdag 14 juni, was het dan zo ver. Aangekomen te Den Haag CS loop ik gespannen richting HEMA. Straatmusici? Ik hoor een folky fluitje en een accordeon van een chagrijnige zigeunerin. Niks Chuck.

Ik had geen enkel strijdplan opgesteld, behalve dan om de kit te bellen zodra ik ene Chuck waarnam die op mijn gitaar zat te spelen. Uit voorzorg had ik camera, politie-aangifte, aankoopbon van de gitaar, en een verzegelde envelop met de speciale kenmerken van de gitaar bij me. Voor als het op bewijzen zou moeten uitlopen.

Maar goed, geen Chuck te bekennen. Half opgelucht dat ik geen heroïsche daden hoefde te verrichten dook ik een platenwinkeltje in. Ik kocht een DVD van €6,99. Ik maakte mezelf een verwijt: rijke stinkerd, geld uitgeven terwijl je eigenlijk je gestolen waar moet terugclaimen.

Ik er weer uit, terug naar Hollands eigen warenhuis, voor al uw spulletjes. Ik zag weer niets. Een junk schoot me aan. “Hebt u 50 cent voor een slaapplaats?” Ik dacht “ze zijn bescheiden hier, elders is €1 de ondergrens”. Ik counterde: “Ik zoek Chuck D., weet je waar die zit?”. “Daar”, wees ze. Ik was er vlakbij. Ik bedankte en gaf 50 cent. Dit ging slick, net als in een misdaadserie.

Ik zag een grijsharige lobbes met een Stratocaster en een microfoon. Shit. Geen heterdaadje dus. Ik wist het ook niet meer. Plompverloren vroeg ik aan de lobbes of ‘ie een Hanika gitaar te koop had. Hij keek me aan met open blik en zei “ja”. Waarin een grote stad een dorp kan zijn.. Chuck was dus inderdaad Chuck. Maar hij had de gitaar al doorverkocht, ‘voor 350’. Shit. Maar de koper wilde ‘m doorverkopen, wist ‘ie. Ik zei dat ik de gitaar wel wilde kopen. “Hij wil er 700 voor hebben”. “Ik ben geïnteresseerd”, kon ik er nog uit krijgen. Hij pakte z’n telefoon: “Mike geef mij even Stanley”, en toen gaf ‘ie de telefoon aan mij door. De BV junk in actie.

“Hoi, met Paul, heb jij een Hanika te koop?”
“Ja, die heb ik te koop”.
“Ik ben wel geïnteresseerd, kan ik ‘m zien?”
“Ja, is goed, kom nu maar kijken dan”.
“Waar moet ik dan heen?”
“In het Huygenspark, over 10 minuten. Maar als je denkt dat je ‘m voor 500 krijgt of zo, dat is niet zo, ik wil zeker 700”.
“Eh……….. (stilte)…………., het probleem is, die gitaar is eigenlijk van mij”.
“Oh”.
Hij klonk alsof ‘ie het niet gek vond dat die gitaar eigenlijk van iemand anders was. “Dat is vervelend”.
“Het is mijn favoriete gitaar”.
“Kan je hem beschrijven?”
Ik beschreef het apparaat, maar liet expres de speciale kenmerken weg, ik wist niet of ‘ie open kaart speelde, en wilde nog wat achter de hand houden voor het geval de politie er aan te pas zou moeten komen. Bovendien zouden die kenmerken verwijderd kunnen zijn, waardoor onderhavige Stanley mij misschien niet meer zou geloven.
“Zoals jij het beschrijft kan het elke gitaar zijn. Weet je niet nog wat anders?”
“Eh………..(denk)……… er zitten gaatjes in de lak”.
Stanley, verrast: “Ja inderdaad. Dat viel mij ook direct op. Dan moet het jouw gitaar zijn. Je kan ‘m terugkopen voor 400. Ik moest er zelf ook voor betalen”.
“Maar je hebt ‘m voor 350 gekregen, kan je er geen 350 van maken?”
“Nee ik had ook eh…..(vaag gemummel…)”.
Ik had beet, ik ging niet moeilijk doen.
“OK 400. Weet je, ik wil gewoon mijn gitaar terug”.
Even dacht ik dat hij bang zou zijn dat ik de politie zou meenemen naar dat Huygenspark.
“Ik ga niets geks doen, ik wil alleen mijn gitaar terug”.
“OK, over een kwartiertje in het Huygenspark, jij moet toch eerst nog langs de giromaat”.

Ik gaf de telefoon terug aan Chuck, die aandachtig had geluisterd. Hij leek het verhaal te begrijpen. Hij was niet onsympathiek.

“Wat zou jij doen als je mij was?”, vroeg ik ‘m.
Ik hoopte op een goeie inside-tip.
“Ik zou ‘m terugkopen, Stanley heeft er geld voor betaald. Maar, die goser van wie ik ‘m heb, die zat echt fout”, zei hij licht geërgerd. “Die zie ik niet zo vaak, maar als ik ‘m weer zie zal ik ’t hem eens goed duidelijk maken”.

Hij wees me een giromaat, direct om de hoek.
Ik gaf ‘m een vijfje, dat hij waardig, half aarzelend aannam.

Met 400 euro in mijn broekzak liep ik richting Huygenspark. Ik had mijn vriendin van de aanstaande transactie op de hoogte gebracht. Ze belde bezorgd terug: “is dat wel veilig in dat park, straks staat ‘ie er met een paar mannetjes en ben je alles kwijt”. Ik probeerde haar gerust te stellen: “het Huygenspark is gewoon een soort plein met een plantsoen”.

Het Huygenspark is een goede plaats voor dealtjes, je kan de ander ongezien observeren als ‘ie staat te wachten op de afgesproken plaats, en je kan in de mensenmassa van de aanliggende Stationsweg verdwijnen als je het niet vertrouwt.

Eenmaal op het Huygenspark was er geen spoor te bekennen van een Stanley met een gitaar. Ik liep het park helemaal door tot ik aan de kant van Hollands Spoor was. Doelloos bleef ik daar wachten, goed in het zicht. Je voelt je trouwens aardig opgelaten als je ergens doelloos staat… Stanley zou me eerst willen bekijken, leek me.

Na een paar minuutjes wachten kwam er een gitaar met een man aanlopen. Moest Stanley zijn. Een Indonesisch type van een jaar of 45. Hij pakte de gitaar uit. Het was mijn gitaar, zonder enige twijfel. Alles nog erop en eraan, ook de speciale snarenplaatjes en de draagbandknopjes van slangehout. Tot mijn verbazing lag er in de gitaar zelfs een klein papiertje met mijn eigen handschrift, een repertoirefiche met daarop “Mysterious Habitats”. Hoe dat er in godsnaam was ingekomen was mij een raadsel, maar zelfs dat had hij er niet uitgehaald. De gitaar was een beetje vies, en er zaten plaatselijk sporen op van krijt(?), de bladmuziek was weg, en de hoes stonk een uur in de wind naar vette ingetrokken sigarettenrook. De snaren voelden te klef aan om er meer dan 10 noten op te spelen. Ik gaf ‘m direct een stapeltje van 50-jes, dat hij volgens mij niet eens natelde, of ik was te druk bezig met het bekijken van mijn gitaar. Ik zag geen beschadigingen. Hij had ‘m in Duitsland willen verkopen, omdat hij op internet had gezien dat er daar eentje werd aangeboden voor een aardig prijsje .

Ik wilde weg, maar we hadden het nog over de lak. Hij vond het vreemd dat zo’n instrument zo’n matige afwerking had. Ik vertelde dat ze dat expres deden, dat ze de poriën niet vulden (noemen ze “offenporig matt lackiert”), en dat ik het juist mooi vond. Om zijn punt te illustreren wreef hij nog indringend over diverse plekken van de gitaar. In een Amerikaanse film zou ik nu streng zeggen “don’t touch that guitar!”. Maar ik dacht: “gatver, dat arme ding moet toch eerst helemaal schoongemaakt worden”.

Het bleek dat Chuck de gitaar “verpand” had. Vandaar dat ‘ie niet reageerde op telefoontjes, het had ‘m blijkbaar al te lang geduurd. “Verpand”, nou brak mijn klomp. Bij Cash Converters dus. Daar zijn er twee van in Den Haag en die had ik allebei binnen een uur na vermissing ingelicht. Mooie rol spelen die zaken dan. Chuck had er 250 voor gehad, als ik het goed begreep. Stanley had de gitaar daar weer teruggehaald, voor 350 dus, maar Chuck had daar ook geld in geïnvesteerd, of zo. Ik begreep de constructie niet helemaal, maar Chuck had ook al iets in die richting gemurmeld.

Tijd om op te hoepelen, 400 euro lichter. Ik kon toch niet boos zijn op Stanley, hij had zelf geld neergeteld voor de gitaar, werkte mee om mij het ding weer terug te bezorgen, had ‘m niet beschadigd, en had zijn ambitieuze verkoopsplannen laten varen zodra hij geloofde dat het inderdaad mijn gitaar was. Wel wist hij natuurlijk dat de gitaar geen bona fide herkomst had gehad. Mijn website had hij niet gezien.

Nadat ik uit beeld was gelopen, belde ik mijn vriendin, dat ik de gitaar had. Ik voegde er aan toe dat ik nog leefde. Dat snapte ze. Ik maakte nog een ommetje, langs de HEMA, om Chuck in te lichten, om eventuele afrekeningen in het milieu te voorkomen, je weet maar nooit.

Ik had nu genoeg gelopen met m’n Mexicaanse griep. Ik nam de tram terug naar CS. Tsja. Het had me 400 gekost, maar ik kon er niet rouwig om zijn. Ik had direct na de diefstal in Duitsland een andere BasisCut gekocht, maar de ene is de andere niet, dat bleek. Die gitaar had ik binnen de wettelijke termijn van 30 dagen weer netjes teruggestuurd. Het maakte mijn verdriet om het verlies alleen maar groter, ik besefte dat ik hield van deze gitaar. Gek dat je dat pas echt beseft als ‘m kwijt bent.

Dacht ik aan die 400, dan deed dat me eigenlijk niets, en kwam er direct een spoor van een smile op mijn face. De verloren zoon was terug.

Het geven van commentaar is niet meer mogelijk.