Paul Pleijsier - Gitarist

Wat ben ik blij

Lieve mensen, slecht nieuws: we zijn met z’n allen gek geworden. Het ging zo geleidelijk dat we er niet veel van gemerkt hebben. Ik doel op de tempi. De tempi van de uitvoeringen van klassieke muziekwerken zijn in het algemeen veel te hoog. Bijna alle klassieke musici doen er aan mee, anders dreigen ze niet voor vol te worden aangezien. De tempi hebben bovenmenselijke niveaus aangenomen. Klassieke musici zijn circusacts geworden. Komt dat zien, hoe Pietje Puk (met alle respect) Chopin speelt. Hij/zij neemt plaats op de kruk, en barst vervolgens los in een tempo dat in de buurt komt van het wereldrecord in de categorie ‘hoeveelheid toetsaanslagen per minuut’ (gevestigd door een monomane oosterling die in staat is om één specifieke toets van het klavier gedurende één minuut aan een zodanig spervuur van repeterende vingers te onderwerpen, dat er ca. 20 aanslagen per seconde gemeten kunnen worden). En niemand in het publiek vertrekt een spier. Dit is ‘het normaal’. Niet eens het ‘nieuwe normaal’, want zo gaat het al tijden.

Laatst kocht ik in de kringloopwinkel voor €1,- de Jupiter-symfonie door Neville Marriner. Premium-opname uit 1986. Gelijk het laatste deel opgezet, mijn favoriet. Oh nee! Wat een onmenselijk tempo! Verschrikkelijk. Boven alles wat we kennen legt Marriner er nog een schepje op. Gatver! Onmuzikaal, je hoort ze zwoegen op die mooie loopjes. Loopjes? Bliksemschichten! Inzetten vertrappelen elkaar. Die opname zet ik nooit meer op.

Laatst plotseling een interesse gekregen in de Preludio van BWV 1006 (Bach), voor de fiedel. Wat uitvoeringen vergeleken. Nou, als je fiedelist bent, kan je je niet permitteren om met veel minder dan 130 aan te komen. De circusfreaks kunnen dat, uiteraard. Echt knap. Maar levert dat iets op? Muzikaal detail bijvoorbeeld? Wat dacht je?

Er is ook de heer Norrington, met een Beethoven-cyclus die de metronoomcijfers van Ludwig himself volgt. Die cijfers waren altijd al controversieel. Beethovens metronoom was ‘stuk’, of hij was ‘gek geworden’, of er was iets anders onverklaarbaars. Norrington liet z’n orkest de meedogenloze cijfers gewoon spelen. Ze moesten natuurlijk wel oefenen, maar musici zijn brave soldaten. Je hoort de hoornist bijna uit de bocht vliegen als hij op een mooi blootliggend moment het thema van de vijfde moet toeteren.

Die gekte wordt onderstreept door iets waar ik graag de aandacht voor vraag: de whole beat metronome practice. Deze practice heeft een verklaring voor Beethovens metronoomcijfers. En als je dan hoort wat de Beethoven-tempi zijn die de heren van de WBMP voorstaan, gespeeld in een demo-video van die beroemde vijfde, dan schrik je een beetje, maar tegelijkertijd voel je dat er waarschijnlijk iets klopt. Het stuk komt bij je binnen. Weg is het gevoel een krachttoer mee te maken. Je beleeft muziek. Het armpje van de metronoom, je weet wel, dat heen en weer gaande staafje, zag Beethoven als de equivalent van de arm van de dirigent, die, zoals we weten, voor elke tel ‘op en neer’ gaat. Een kwart van 112 bijvoorbeeld bestaat dus uit twéé tikken van 112. En dan ga je weer Beethoven spelen, of Chopin, of Czerny, of Schumann, en dan hoor je hun tempi.

Goed, ik ga niet alle argumenten en overtuigingen van de lui van de WBMP nakakelen, want ik heb hun video’s niet allemaal bekeken, maar er zijn zéér overtuigende bij. Ik begin warm te lopen voor het idee dat de échte historische tempi stukken lager liggen. Enerzijds omdat ik de kriebel krijg van dat moderne gejaag, anderszijds omdat de argumenten van de verdedigers van de WBMP mij aanspreken. En ook al omdat mijn persoonlijke Sor-studie (iets heel anders) mij overtuigd heeft dat Sor rustig speelde. Ik wil maar zeggen, lieve lezer, verdiep je eens in de WBMP, en vorm er je mening over, dan spreken we elkaar later.

Zie het YT-kanaal AuthenticSound van dhr. Wim Winters. Zijn filmpjes zijn véél te lang, vind ik, maar hij komt met goede argumenten en goed bronmateriaal.

Het geven van commentaar is niet meer mogelijk.