Paul Pleijsier - Gitarist

Geen apoyando, hoe dan wel?

Goed, deze jongeman laat dus zijn startertjes niet met apoyando beginnen (om redenen uiteengezet in een vorige blog-post). Hier zal ik uitleggen wat ik dan wél doe. Niet omdat ik mezelf als lichtend baken binnen de gitaar-didactiek beschouw, maar omdat een lezer daarom vroeg.

Ik laat de geachte aanvangers hun eerste monofone deuntjes met de duim spelen. Dat is een handige en sterke vinger, die een redelijk hoorbare toon geeft (dus ook op een snertgitaar). Op zich is dit is geen ei van Columbus, want de mens is geneigd tot alle kwaad, en inderdaad, zonder speciale aanwijzingen kan ook de duim makkelijk verkeerd gebruikt worden. 

Om een goede rechterhandstand te krijgen (waar het hier dus allemaal om gaat, met de duim netjes ‘buiten’ en een goede polshoogte) geef ik tegenwoordig maar één aanwijzing: maak een vuist en zet je duim onder een hoek van 45 graden op de snaar. Ongeveer 45 graden, uiteraard. Stek je vingers uit en trek ze weer in. Dat is de beweging. Bij een schuine duim is de pols automatisch hoog. En bij 45 graden staan duim en vingers vergelijkbaar op de snaar. “Vergelijkbaar op de snaar”, oftewel even schuin. Niet iedere gitarist speelt zo, maar IK vind dat dat nodig is.

Je moet dan de kids uitleggen wat ’45 graden’ is. Als je daar geen zin in hebt kan je ook gewoon zeggen: ‘de duim moet schuin staan’. Even voordoen, klaar. En streng zijn. Dat hoort er ook bij. ‘Ik wordt ieder jaar strenger’, zeg ik altijd tegen kinderen en ouders, met een knipoog. Het is trouwens waar. De ouders kijken me daarbij angstig aan, sommigen knikken goedkeurend. 

Er zijn meer dingen, ik wil de mensen niet te lang monofoon laten spelen. Naast het boek dat ik gebruik geef ik al snel iets voor duim én vingers. Ik leg ook uit wat gitaarspelen is: het sluiten van de hand. Dat heb ik van Sor (1830), die wel meer nuttigs gezegd heeft. Ik laat ze dat doen, in de lucht, en zeg dat het gitaarspel een klein stukje is van die (grote) beweging. En ik leg uit hoe je kan zien of iemand het fout doet: als het eerste kootje (dat aansluit aan de hand) naar buiten beweegt ipv naar binnen. De juiste beweging is ‘handinwaarts’. Niet ‘landinwaarts’, zoals vikingen zeggen als ze op strooptocht gaan, maar ‘handinwaarts’. Naar buiten bewegen noem ik een ‘kippenpootje’ (waar de vikingen ook wel raad mee weten).

Ik heb een etude gemaakt waarbij de duim om-en-om handelt met de drie vingers. Die etude geef ik vroeg of laat aan iedereen. Als inleidende oefening wordt de geachte beginner gevraagd om de duim op de zesde snaar te parkeren, de vingers a-m-i op respectievelijk snaar 1, 2 en 3 te plaatsen, en dan met drie vingers tegelijk de drie discantsnaren te spelen. Sluit de hand, overdrijf maar lekker, beweeg de vingers naar binnen (in de USA noemen ze deze beweging de follow through). Ik neem een dikke marker en hou die in de hand van de leerling. Ze moeten met die follow through de stift grijpen. Als de beweging goed is lukt dat. De meesten zijn geneigd om verkeerd te bewegen, met een kippenpootje. Zo pak je geen marker. Dan ga ik door tot het kwartje valt. Sommigen hebben een aparte aanslag: ze bewegen niet de vingers maar tillen de hele hand op. Dan zeg ik: je beweegt vanuit je schouder’. Je wilt dat alleen de vingers het werk doen.

Ja, je kan op allerlei andere manieren ook tonen uit de gitaar halen, zonder precies te doen wat ik voorstel. Maar veel van die manieren zijn gelimiteerd, je kan er een hoop dingen NIET mee. Ik wil voor de cursist de deur open laten naar alle richtingen. Misschien dat er nu iemand zegt: ‘dat is de klassieke techniek’. Dan zeg ik: ‘weet je wat beters dan?’ Vanuit een klassieke techniek kan je vrijwel alles spelen.

Mijn voormalige collega bij De VAK in Delft, Theo Blankenstein, had het over een ‘appeltje’. Er moest een appeltje tussen je pols en het bovenblad passen. Maar o wee, legde je je pols op het bovenblad, dan had je ‘appelmoes’. 

Nog iets over de polshoogte: ik heb lang niet beseft dat de duim ook maar een vinger is. Ik wil ‘m precies hetzelfde laten functioneren als de andere vingers. Duim en vingers hebben gelijke rechten, er heerst democratie in het land van de hand. Met de juiste polshoogte breng je duim én vingers in een vergelijkbare positie op de snaar. En met een gelijke ronding. Er zijn muzikale fragmenten waarin qua tempo en precisie het uiterste van duim en vingers geëist wordt (de 32-ste noten in de ouverture van ‘Craeijvanger’ bijvoorbeeld), en daarbij blijkt dat de grootste snelheid gehaald wordt als duim en wijsvinger een pincetgreep vormen. Met deze houding produceren duim en vingers ook dezelfde klank.

Andrès Segovia speelde met een doorgebogen duim. Een overstrekte duim. Een duim die dus NIET als een vinger functioneert. Zijn duim kromde zich namelijk tegengesteld aan de vingers (concentrisch ipv excentrisch). En toch kon ‘ie aardig spelen. Uitzonderingen heb je altijd. Segovia is er oud mee geworden, god bless him, maar een gezonde houding is het niet, zo’n duimpje. Zinvolle en begrijpelijke uitspraken over gewrichten en bewegingen lees je bij Aaron Shearer. 

Zo, hiermee heb ik je een idee gegeven hoe IK het momenteel ongeveer aanpak, en als je goede tips hebt dan hoor ik het graag. Alle wegen leiden naar Rome, met een apoyandostart kan je heus ook werken, maar hoe je het ook doet, je moet weten waar je heen wilt en er bovenop zitten. En eh, dan is er ook nog zoiets als de linkerhand.. Wat een vak.

 

Het geven van commentaar is niet meer mogelijk.